Verlichting is misschien niet de grootste stroomverbruiker in huis, maar telt wel degelijk mee. Volgens Milieu Centraal gaat ongeveer 11 procent van het huishoudelijk stroomverbruik naar verlichting. Met LED is daarop al flink gewonnen. Een LED-lamp verbruikt ongeveer 85 procent minder stroom dan halogeen en 90 procent minder dan een gloeilamp. Toch hoeft ook een LED-lamp niet altijd op volle sterkte te branden. Met een dimmer kun je het verbruik verder terugbrengen op de momenten dat minder licht voldoende is.
Hoeveel bespaar je als je LED dimt?
Bij LED maakt het behoorlijk uit hoe fel je de lamp laat branden. Zet je een dimbare lamp bijvoorbeeld op ongeveer de helft van zijn lichtsterkte, dan ligt ook het stroomverbruik grofweg 50 procent lager. Dat percentage geldt alleen voor die lamp. Op je totale energierekening is het verschil vanzelfsprekend een stuk kleiner. LED is bovendien van zichzelf al erg zuinig. Daardoor bespaar je in absolute zin minder met dimmen dan vroeger bij een gloeilamp of halogeenlamp. De overstap naar LED levert dus de grootste stap op. Dimmen is vooral interessant als aanvulling: heb je op bepaalde momenten minder licht nodig, dan hoeft de lamp ook niet onnodig op volle sterkte te branden. Wie het lichtniveau regelmatig wil aanpassen, heeft naast een dimbare LED-lamp ook een geschikte dimmer schakelaar nodig.
Waarom LED kan gaan flikkeren met een oude dimmer
Een dimmer die jarenlang probleemloos met een halogeenlamp werkte, hoeft niet geschikt te zijn voor LED. Oude dimmers zijn vaak gemaakt voor lampen met een hoger vermogen. LED-lampen gebruiken juist weinig stroom en werken met elektronica die anders reageert op de dimmer. Een verkeerde combinatie kan daardoor zorgen voor flikkerend licht of een lamp die niet gelijkmatig dimt. Controleer om te beginnen of de LED-lamp zelf dimbaar is. Kijk daarna of de dimmer geschikt is voor LED. Alleen een dimbare lamp kopen is dus niet voldoende als de dimmer technisch niet bij de verlichting past.
Waar let je op bij een LED-dimmer?
Kijk eerst naar het vermogen van de lamp of lampen die je wilt aansluiten. Een LED-dimmer heeft een bepaald werkbereik en het aangesloten vermogen moet daarbinnen vallen. Vooral het minimale aansluitvermogen is belangrijk, omdat LED veel minder watt gebruikt dan oudere verlichting.
Sluit je meerdere lampen op één dimmer aan, tel dan het vermogen van alle aangesloten lampen bij elkaar op. Dat totaal moet binnen de aangegeven grenzen blijven. Kijk bij de productspecificaties ook hoeveel LED-lampen tegelijkertijd kunnen worden aangestuurd, omdat fabrikanten naast het totale vermogen ook grenzen kunnen stellen aan het aantal aangesloten lampen. Houd daarnaast rekening met toekomstige veranderingen: vervang je later een lamp door een ander type, controleer dan opnieuw of de totale combinatie nog binnen de specificaties van de dimmer valt.
Livolo laat zien dat de dimmer zich ontwikkelt van een eenvoudige sfeerschakelaar tot een vast onderdeel van de manier waarop huishoudens hun verlichting afstemmen op het daadwerkelijke gebruik.
Vraag of eigen ervaring?
Praat mee met andere huiseigenaren op ons forum. Stel je vraag of deel wat bij jou werkte.
Naar het forum