De Europese Unie heeft in 2024 de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) aangenomen. Deze verordening vervangt de oude Ecodesign-richtlijn en breidt de reikwijdte drastisch uit: niet langer alleen energiegerelateerde producten, maar vrijwel alle fysieke producten op de Europese markt vallen eronder. Voor wie in 2026 een vloer kiest voor een kantoor, winkel of woning, heeft dat gevolgen die verder reiken dan je misschien verwacht.
De kern van de ESPR draait om duurzaamheidseisen over de volledige levenscyclus van een product. Repareerbaarheid, recycleerbaarheid en het gebruik van gerecycled materiaal worden centrale criteria. Ook introduceert de verordening het Digitaal Product Paspoort, waarmee consumenten en bedrijven straks precies kunnen zien waar een product van gemaakt is en hoe het aan het einde van zijn levensduur verwerkt kan worden.
In de tapijttegelsector bestaat het circulaire model al op bescheiden schaal. Bij een duurzame tapijttegel specialist als Sparo in Herveld worden gebruikte tapijttegels met de hand gesorteerd, gecontroleerd en schoongemaakt voor een tweede levenscyclus. Het laat zien dat hergebruik nu al werkt, zonder te hoeven wachten op de volledige uitrol van Europese regelgeving.
Wat de ESPR concreet verandert voor vloermaterialen
De productcategorieën die onder de verordening vallen, worden de komende jaren stapsgewijs vastgesteld via gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie. Textielproducten, waaronder tapijt en vloerbedekking, staan op de prioriteitenlijst. Dat betekent dat fabrikanten op termijn moeten aantonen dat hun producten voldoen aan minimumeisen voor duurzaamheid.
Die eisen kunnen betrekking hebben op het percentage gerecycled materiaal, de verwachte levensduur, of de mogelijkheid om het product na gebruik terug te nemen en opnieuw te verwerken. Het Digitaal Product Paspoort maakt deze informatie toegankelijk voor inkopers en eindgebruikers, wat de transparantie in de keten vergroot.
Voor de vloerenmarkt is dit bijzonder relevant. Tapijttegels kennen in commerciële ruimtes een relatief korte vervangingscyclus. Kantoren en winkels vervangen hun vloer regelmatig, en tot nu toe belandde een aanzienlijk deel van die afgedankte tegels simpelweg bij het restafval.
Nederlandse ambities gaan verder dan Brussel vraagt
Los van de Europese wetgeving heeft Nederland eigen circulaire doelen geformuleerd. Het kabinet streeft naar een volledig circulaire economie in 2050, met als tussenstap een halvering van het gebruik van primaire grondstoffen richting 2030. De bouwsector en de interieurbranche zijn daarin aangewezen als prioritaire sectoren, omdat gebouwen en hun inrichting verantwoordelijk zijn voor een groot deel van het totale materiaalgebruik.
Toch laat de praktijk zien dat circulair inkopen nog geen vanzelfsprekendheid is. Veel organisaties kiezen standaard voor nieuw, terwijl hergebruikte of circulaire alternatieven inmiddels breed beschikbaar zijn. De drempel zit niet zozeer in het aanbod, maar in gewoontegedrag en onbekendheid met de mogelijkheden.
Juist op het snijvlak van regelgeving en marktaanbod ontstaat nu beweging. Organisaties die hun inkoopbeleid willen verduurzamen, vinden in circulaire tapijttegels een laagdrempelig startpunt. De prijzen beginnen bij enkele euro's per vierkante meter, wat het financiële bezwaar tegen hergebruik grotendeels wegneemt.
Hergebruik als realistisch alternatief voor nieuwkoop
Het Re-Entry programma van fabrikant Interface illustreert hoe de circulaire keten in deze sector kan werken. Oude vloeren worden teruggenomen bij de gebruiker en het materiaal wordt verwerkt tot nieuwe producten. In Herveld worden via dit programma tienduizenden vierkante meters aan zogeheten ReUse-tegels op voorraad gehouden voor directe verkoop aan zowel particulieren als projectinrichters.
Wat dit model aantrekkelijk maakt, is dat het niet vraagt om concessies aan kwaliteit. Tapijttegels van gerenommeerde fabrikanten zijn oorspronkelijk ontworpen voor intensief commercieel gebruik in kantoren en openbare gebouwen. Een tweedehands exemplaar heeft doorgaans nog jarenlange levensduur over, ook in een drukke omgeving.
Daarnaast bestaat het segment van nieuwe restpartijen en productie-uitval. Dit zijn tegels die om logistieke of cosmetische redenen niet via het reguliere kanaal worden verkocht, maar technisch identiek zijn aan de standaardproductie. Een duurzame tapijttegel specialist kan zulke partijen bundelen en aanbieden tegen een fractie van de oorspronkelijke catalogusprijs.
Wat verandert er voor wie nu een vloer kiest
De combinatie van strengere Europese regels en Nederlandse circulaire ambities verschuift de standaard. Wie in 2026 een kantoor of bedrijfsruimte inricht, doet er goed aan om hergebruikte materialen serieus mee te nemen in de afweging. Niet alleen vanuit milieuperspectief, maar ook omdat regelgeving het steeds makkelijker maakt om de herkomst en kwaliteit van circulaire producten te verifiëren via het Digitaal Product Paspoort.
Voor particulieren is de drempel lager dan vaak gedacht. Een showroom zoals die van Sparo in Herveld maakt het mogelijk om kleuren, texturen en kwaliteit fysiek te beoordelen voordat je bestelt. Met prijzen vanaf enkele euro's per vierkante meter valt het financiële argument voor standaard nieuwkoop grotendeels weg.
De ESPR wordt de komende jaren verder uitgerold. Textielproducten, inclusief vloerbedekking, krijgen naar verwachting hun eigen specifieke set aan ecodesign-eisen. Wie nu al kiest voor een duurzame tapijttegel specialist of circulaire leverancier, loopt vooruit op wat straks voor de hele markt de norm wordt.
Vraag of eigen ervaring?
Praat mee met andere huiseigenaren op ons forum. Stel je vraag of deel wat bij jou werkte.
Naar het forum