De Europese natuurherstelverordening trad in augustus 2024 in werking. Lidstaten kregen twee jaar om nationale herstelplannen in te dienen bij de Europese Commissie. Die termijn loopt in 2026 af, en dat zet Nederlandse overheden onder druk om stedelijk groen niet langer als sluitpost te behandelen.
Officieel vastgelegd als Verordening (EU) 2024/1991 stelt de wet voor het eerst bindende doelen voor natuurherstel in de hele EU. Voor steden is de meest tastbare eis dat er geen nettoverlies van stedelijk groen mag optreden ten opzichte van het referentiejaar. Na 2030 moet het areaal zelfs toenemen.
Dat raakt niet alleen ecologen en beleidsmakers. Architecten, projectontwikkelaars en gebouwbeheerders krijgen te maken met de vraag hoe groen structureel in hun plannen past. Concepten als biophilic design winnen daardoor aan relevantie: ze bieden een ontwerpkader dat natuur integreert in gebouwen en openbare ruimte, in plaats van groen als decoratie achteraf toe te voegen.
Stedelijk groen wordt een meetbare verplichting
Tot nu toe was groen in de stad vooral een ambitie. Gemeenten namen het op in omgevingsvisies, maar er bestonden geen afdwingbare normen. De natuurherstelverordening verandert dat: het Europese kader verplicht lidstaten om een nulmeting te doen van stedelijk groen en boomkroonbedekking, en vervolgens te garanderen dat die oppervlakte niet afneemt.
Voor Nederlandse gemeenten betekent dit concreet dat kap van bomen of verharding van groenstroken niet meer zonder compensatie kan. De verplichting geldt op nationaal niveau, maar gemeenten zijn de partijen die de ruimtelijke inrichting bepalen. Zij zullen in bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen moeten borgen dat groen behouden blijft of elders terugkomt.
Via de Rijksoverheid bestond al langer beleid rond natuur en biodiversiteit, maar een wettelijk afdwingbare ondergrens voor stedelijk groen ontbrak. Die ondergrens is er nu wel, en hij komt uit Brussel.
Biodiversiteit en klimaatadaptatie in dezelfde beweging
De verordening richt zich niet alleen op vierkante meters groen. Ze stuurt ook aan op ecologische kwaliteit. Dat sluit aan bij het groeiende besef dat een gemaaid gazon iets anders doet voor biodiversiteit dan een kruidenrijk plantsoen met inheemse beplanting.
Tegelijk biedt kwalitatief groen een oplossing voor hittestress en wateroverlast. Steden als Rotterdam en Utrecht experimenteren al jaren met groene daken, wadi’s en ontsteende pleinen. Wat de verordening toevoegt, is een structurele plicht in plaats van een vrijblijvend initiatief, waardoor projecten die zowel biodiversiteit als klimaatadaptatie dienen makkelijker te verantwoorden zijn in begrotingen.
Biophilic design speelt hierin een verbindende rol, omdat het natuurlijke elementen niet beperkt tot de buitenruimte. Ook in en rond gebouwen kan groen bijdragen aan leefbaarheid en ecologische waarde. Denk aan groene gevels, inpandige beplanting en daktuinen die aansluiten op het omliggende ecosysteem.
Kennis en capaciteit als grootste knelpunten
Het verschil tussen papieren ambitie en werkelijk resultaat is in de groensector altijd groot geweest. Veel gemeenten missen de ecologische kennis om effectief groen te ontwerpen, aan te leggen en structureel te beheren. Groenbedrijven met expertise in ecologisch beheer worden daardoor belangrijker als ketenpartner.
Donker Groep, dat vanuit Sneek opereert met circa 850 medewerkers en 26 vestigingen, is een van de partijen die ontwerp, aanleg en langdurig onderhoud in één keten aanbiedt. Dat integrale model is precies wat de verordening vraagt: niet alleen bomen planten, maar ook garanderen dat het groen op termijn ecologisch functioneert.
Toch is capaciteit een breder knelpunt. De groensector kampt, net als de rest van de bouw, met personeelskrapte. Gemeenten die groenaanbestedingen nog steeds op laagste prijs selecteren, ondervinden daar de gevolgen van: ecologisch waardevol groen vergt kennis en continuiteit die een prijsvechter zelden biedt.
Wat opdrachtgevers nu al kunnen voorbereiden
Overheden en vastgoedbeheerders doen er verstandig aan om nu te inventariseren hoeveel groen zij in beheer hebben en welke ecologische kwaliteit dat heeft. Die nulmeting vormt straks de basis waarop getoetst wordt. Wachten tot het nationale herstelplan definitief is, kost voorbereidingstijd die je niet terugkrijgt.
Bij nieuwbouw en renovatie loont het om biophilic design als uitgangspunt te nemen in plaats van als nagekomen wens. Wanneer groen vanaf de eerste schets onderdeel is van het ontwerp, dalen de kosten en stijgt de ecologische opbrengst. Dat vraagt om multidisciplinaire teams waarin landschapsarchitecten, ecologen en bouwkundigen vanaf dag één samen optrekken.
De natuurherstelverordening is bindend Europees recht met meetbare doelen en rapportageverplichtingen. Gemeenten, provincies en hun ketenpartners hebben nog een smal tijdvenster om hun aanpak hierop in te richten.
